Een nieuw vakantierecht dankzij Europa: de “aanvullende vakantie”

Goed nieuws voor alle beginnende en hervattende werknemers. Ook wie pas aan de slag gaat of na een lange onderbreking opnieuw begint te werken, heeft recht op vakantie en op vakantiegeld. Het nieuwe systeem van “aanvullende vakantie” is voor de eerst maal van toepassing op de vakantie die in 2012 wordt opgenomen en vult het gewone vakantiestelsel aan.

Vakantiejaar en vakantiedienstjaar

Het aantal effectief gewerkte dagen of gelijkgestelde inactiviteitsdagen, zoals die bij de RSZ worden aangegeven, bepalen het aantal vakantiedagen waarop uw werknemers recht hebben. Er wordt enkel rekening gehouden met dagen uit het “vakantiedienstjaar”. Dit is het jaar vóór het jaar waarin we vakantiedagen krijgen (“vakantiejaar”). De huidige Belgische wetgeving voorziet in een recht op vier weken vakantie voor wie vijf dagen per week werkt en het daarmee overeenstemmend vakantiegeld.

De Europese Commissie vond dit in strijd met artikel 7 van de Arbeidstijdrichtlijn 2003/88. Die richtlijn schrijft voor dat de lidstaten de nodige maatregelen treffen zodat aan alle werknemers jaarlijks ten minste vier weken vakantie met behoud van loon wordt toegekend. Er volgde een ingebrekestelling en een met redenen omkleed advies. België kreeg tot 24 april 2012 tijd om zijn wetgeving aan te passen. De wet houdende diverse bepalingen (I) van 29 maart 2012 legt de basis voor een bijkomend recht op vakantie. Dat recht op aanvullende vakantie krijgt verder vorm in een koninklijk besluit van 19 juni 2012 (BS 28 juni 2012).

Voorwaarden aanvullende vakantie

Uw werknemer heeft recht op aanvullende vakantie als hij:

1° een activiteit in dienst van een of meerdere werkgevers aanvat of hervat. “Aanvatten” betekent hier iedere activiteit die nooit geheel of gedeeltelijk is onderworpen geweest aan de Jaarlijkse Vakantiewet tijdens het vakantiedienstjaar. Onder “hervatten” verstaat men iedere activiteit na een langdurige periode van volledige werkloosheid, na een langdurige arbeidsongeschiktheid in het kader van de ziekte- en invaliditeitsverzekering (ZIV)-reglementering, na een legerdienst, na een periode van voltijds tijdskrediet, na een periode van voltijds themaverlof (palliatief verlof, ouderschapsverlof en zorgverlof) en na een verlof zonder wedde;

2° een “aanloopperiode” van minstens drie maanden werkelijke of gelijkgestelde arbeidsprestaties heeft doorlopen gedurende eenzelfde kalenderjaar;

3° zijn “gewone” wettelijke vakantiedagen heeft opgebruikt.

Ook zelfstandigen die werknemer worden, personen die van de overheidssector overstappen naar de privésector en personen die in het buitenland hebben gewerkt en werknemer worden, vallen onder de nieuwe regeling.

Vakantieopbouw voor arbeiders en bedienden

Per periode van drie maanden activiteit gedurende het kalenderjaar bij het begin of bij de activiteitshervatting, kan de werknemer aanspraak maken op een week aanvullende vakantie vanaf de laatste week van de betreffende periode van drie maanden.

De aanvullende vakantie voor arbeiders wordt bepaald op basis van de tabel die u kan terugvinden in het koninklijk besluit van 19 juni 2012, verminderd met de wettelijke vakantiedagen. De tabel voor de berekening van de wettelijke vakantieduur is lichtjes aangepast. De nieuwe tabel wordt van kracht op 1 januari 2013 (vakantiedienstjaar 2012 - vakantiejaar 2013).

Bedienden hebben vanaf de laatste week van de aanloopperiode recht op maximum zes vakantiedagen in een arbeidsstelsel van zes dagen per week (max. 5 vakantiedagen in een 5-dagenstelsel). Na de aanloopperiode heeft hij/zij recht op twee dagen per maand prestaties in een arbeidsstelsel van zes dagen per week, verricht bij een of meerdere werkgevers. Werkt hij/zij in een ander stelsel, dan heeft hij/zij recht op vakantiedagen in verhouding tot zijn/haar arbeidsstelsel. De vakantieduur wordt verminderd met de wettelijke vakantiedagen.

Vakantiegeld voor arbeiders en bedienden

De werknemer zal vakantiegeld ontvangen dat gelijk is aan zijn gewone loon (enkel vakantiegeld). Dat vakantiegeld moet u zien als een voorschot op het (dubbel) vakantiegeld van het jaar daarop en zal (eventueel gedeeltelijk) worden afgetrokken van het dubbel vakantiegeld van het volgende jaar.
Arbeiders ontvangen het aanvullend vakantiegeld ten laatste in de loop van het kwartaal volgend op het kwartaal tijdens hetwelk het recht op aanvullende vakantie werd uitgeoefend. Bedienden ontvangen het op de datum dat hun maandloon gewoonlijk wordt uitbetaald.

Vestigingen
Subscribe to our newsletter
Login SCA Executiv